In gesprek met Stéphanie en Charbel

Foto: Gert Jan van Rooij

Interview met Charbel-joseph H. Boutros en Stéphanie Saadé. Door Valentijn Byvanck.

Valentijn

Beste Stéphanie en Charbel, we spraken voor het eerst over ‘thuis’ als thema voor deze tentoonstelling voordat corona er was, voordat Stéphanie wist dat ze zwanger was, en voordat jullie appartement in Beiroet door de explosie werd vernietigd. Toen al leek het me een logisch thema, misschien vanwege de nomadische aard van jullie bestaan, of misschien omdat ik het passend vond omdat het jullie en jullie uiteenlopende werken samenbrengt. Stéphanie was al bezig aan de nu zeer bij het thema passende werken Building a Home with Time en We’ve Been Swallowed by Our Houses. Hoe kijken jullie zelf aan tegen het verband tussen het thema en de ontwikkeling van dit project?

Building a Home with Time, Stéphanie Saadé, 2019. Foto: Gert Jan van Rooij
Stephanie

Beste Valentijn, de dingen veranderen nu zo snel dat kunstwerken niet alleen zouden moeten worden voorzien van jaartal, maar ook van maand, dag en zelfs uur … Wat we sinds maart 2020 in de hele wereld hebben gezien, en sinds 17 oktober 2019 (en zeker ook daarvoor) in Libanon, zijn grote veranderingen. We worden steeds vaker en heviger verrast dan ooit, en de verrassingen houden niet op. Het eerste werk dat je noemde, Building a Home with Time, is inderdaad in 2019 gemaakt; nog voor alle veranderingen. Het werk refereert aan mijn kindertijd, het deel van mijn leven dat ik deelde met de pijnlijke geschiedenis van mijn land. In mijn naïviteit ging ik ervan uit dat conflict en geweld onderdeel waren van mijn verleden. Maar terwijl ik eraan werkte hadden we een volksopstand, devaluatie van de Libanese pond, hyperinflatie, een wereldwijde pandemie en een dodelijke explosie — om er maar een paar te noemen. En mijn verleden kwam ineens weer naar boven, gekleurd door recente gebeurtenissen. Building a Home with Time riep de trage handeling op van het bouwen van een plek voor jezelf, het bouwen aan jezelf waarschijnlijk, vastgelegd in de tijd. Maar ook het bouwen op ruïnes, op moeilijk en niet altijd vlak terrein. Het is misschien geen toeval dat ik het werk “Building …” heb genoemd; met het onvoltooid deelwoord, alsof dit proces eeuwig door zou gaan.

Het tweede werk dat je noemt, We’ve Been Swallowed by Our Houses, komt uit 2020. Het idee ontstond tijdens de eerste lockdown in Beiroet. We waren nog thuis, waar ook onze studio’s waren. De lockdown gaf me het gevoel van een verdikte binnenruimte, een ruimte die je had opgeslokt en die je niet gauw zou gaan uitspugen. Ik was zwanger en ervoer het heerlijke gevoel van een ‘opsluiting’ in mijn lichaam, op de warmste en mooiste manier die er is. Daarnaast bracht de opsluiting me een broodnodige pauze van het snelle tempo van het dagelijks leven. Maar al snel gaf het me ook een verstikkend gevoel. Nu is thuis de plek waar ik wacht om uitgespuugd te worden, of zelfs uitgebraakt. Niet door het huis, omdat deze fysieke ruimte al drie keer is veranderd sinds het begin van de Interview Charbel-joseph H. Boutros en Stéphanie Saadé Valentijn Byvanck, januari 2021 pandemie, maar door het thuis.

Ik trek graag een parallel tussen wat er met ons gebeurt en het Bijbelse verhaal van Jona en de walvis, of het verhaal van Pinokkio. In het geval van Jona is het interessant om te zien dat hij op twee manieren kan worden afgebeeld: óf hij wordt verzwolgen door de walvis, óf hij wordt uitgespuugd. Het is een kwestie van perceptie: is het glas halfvol of halfleeg? In het verhaal van Pinokkio probeert hij actief te ontsnappen. Dat vind ik interessant. Op dit moment wachten we steeds passiever af tot de deuren weer opengaan. De pandemie en ons besef van wat het eigenlijk betekent en met ons doet, vreet alle energie weg van onze ongehoorzaamheid, rebellie en soortgelijke gevoelens. Op de een of andere manier worden we bang om het comfort van onze cel te verlaten. We moeten passief blijven om onszelf te beschermen en om te overleven. Passiviteit is ons enige wapen, de enige manier waarop we kunnen vechten. We kregen het idee voor de show voordat “thuis” een nieuw concept werd, maar het groeide ook met dit proces mee. We vonden het nog steeds legitiem om verder te ontdekken, ongeacht wat er bij onze tentoonstelling van zou worden.

We’ve Been Swallowed by Our Houses, Stéphanie Saadé, 2020. Foto: Gert Jan van Rooij

Op de een of andere manier worden we bang om het comfort van onze cel te verlaten. We moeten passief blijven om onszelf te beschermen en om te overleven. Passiviteit is ons enige wapen, de enige manier waarop we kunnen vechten.

Charbel

In de pandemie werd thuis een soort toevluchtsoord weg van een gewelddadige buitenwereld; ons eigen huis werd de enige veilige plek op aarde. Natuurlijk was ons huis al een veilige haven voordat de pandemie begon. Maar de buitenwereld had nog geen dramatisch gewelddadig karakter, zoals nu. De buitenwereld ging over vluchten, de toekomst, vakanties, ontmoetingen met anderen, de horizon, vriendschappen. Dat is allemaal verdwenen, en daarom sluiten we onszelf nu op in onze huizen, wachtend op een betere tijd. Het is alsof we weer in de prehistorie leven. Ons huis is de grot die ons beschermt en de wildernis en wilde dieren op afstand houdt. Maar de tentoonstelling Intimate Geographies is geen rechtstreekse reactie op de pandemie. Wij proberen werken en tentoonstellingen te maken die specifieke tijdelijke situaties of trends overstijgen.

Foto: Gert Jan van Rooij
Valentijn

In onze gesprekken heb je gezegd dat je van Marres een thuishaven voor je kunst wil maken. Hoewel we weten dat veel kunstwerken die we in musea zien oorspronkelijk zijn ontworpen voor woonhuizen, zijn we gewend geraakt aan het idee dat het museum het juiste huis is voor kunst. Waar ik in deze tentoonstelling benieuwd naar ben, is wat het huis aan de kunst toevoegt, en wat kunst toevoegt aan het huis. Zijn jullie kunstwerken thuis beter op hun plek, of in Marres?

Charbel

Ons doel was om een vervreemdende situatie te creëren, waarin bezoekers zich zouden afvragen of ze op een tentoonstelling zijn of in een huis. We wilden deze grens vervagen en kwamen met het idee om twee hoofdpersonen in de tentoonstelling te laten wonen. De hoofdpersonen zijn twee kunstenaars. Ze zijn niet onze alter ego’s, maar natuurlijk zijn ze wel gemodelleerd naar onze ervaringen en voeren ze onze gesprekken. Ze wonen en werken in het huis. Ze bereiden een belangrijke tentoonstelling voor en ontvangen telefoontjes van galeriehouders, de mensen met wie ze werken (assistenten, vakmensen) en ook bezoeken van bijvoorbeeld jou, als directeur van het kunstinstituut waar hun show plaats gaat vinden. De bezoekers zouden kunnen denken dat de kunstenaars ook bezoekers zijn. Maar door hun vreemde gedrag vallen ze meer op. Wat doen ze daar? Wat is het doel van de raadselachtige rituelen — van telefoontjes tot dutjes — die ze uitvoeren? Langzaamaan beseffen de bezoekers dat ze bij iemand thuis zijn beland. Maar ze zullen ook in de war raken door de wirwar van meubels, kunstwerken en acteurs. Het stuk over het mausoleum van een galeriehouder nodigt uit tot meer vragen, zoals over de complexe agentuur in de kunstwereld en het maken van kunst. Dat is belangrijk voor ons: dat we vragen stellen bij de typologie van de tentoonstelling binnen een precaire en fragiele kunstwereld.

Foto: Gert Jan van Rooij
Stephanie

Het is waar dat veel van wat we vandaag als kunstobject bewonderen in musea, oorspronkelijk voor huiskamers is gemaakt. Het interessante is dat functionele objecten voor in huis ooit ook magische en spirituele eigenschappen hadden. Het bord, de kom en de lepel waren potentieel doeltreffende en krachtige talismannen die mensen verbonden met iets groters. Dit ging verloren toen de objecten in musea belandden: omdat hun magische kwaliteiten niet langer voelbaar zijn, geven ze ons het benauwende gevoel dat we naar “dode” voorwerpen kijken. In mijn werk gebruik ik vaak alledaagse voorwerpen of ‘situaties’ die ik het alledaagse laat overstijgen. Ik wil de magie terugbrengen in deze dagelijkse voorwerpen om ze weer betekenis te geven, zodat ze misschien van nut kunnen zijn in een andere context dan de oorspronkelijke. In Intimate Geographies zijn verschillende kunstwerken die afwijken van voorwerpen uit huiselijke kring en vocabulaire. Paradoxaal genoeg krijgen de alledaagse voorwerpen, voorzien van nieuwe eigenschappen, nu weer een andere betekenis door de nieuwe situatie waarin ze zich bevinden: in een huis tussen de meubels, misschien zelfs gebruikt door een stel… het is verwarrend. Je vraag “is kunst thuis meer thuis?” kunnen we beantwoorden met: laten we onderzoeken wat thuis betekent en of het de kunst iets te bieden heeft.

Foto: Gert Jan van Rooij

Ons doel was om een vervreemdende situatie te creëren, waarin bezoekers zich zouden afvragen of ze op een tentoonstelling zijn of in een huis. We wilden deze grens vervagen en kwamen met het idee om twee hoofdpersonen in de tentoonstelling te laten wonen.

Valentijn

De relatie tussen tijd en geheugen is een terugkerend thema in jullie werk. Kunnen jullie vertellen waarom dit zo belangrijk is?

Stéphanie

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in een speelse benadering van tijd in plaats van de traditionele dramatische lineaire kijk. Mijn werk is bedoeld als mogelijkheid om elementen uit het verleden terug te brengen en ze te verweven met het heden. Herinneringen en voorwerpen verdienen het om opnieuw te worden bekeken en om langer voort te leven. Er verschijnen nieuwe facetten, een frisse blik die nog niet door het leven is vervaagd. Het gaf me een voldaan gevoel om deze geïsoleerde elementen veilig te stellen na de explosie op 4 augustus in Beiroet en de daaropvolgende exodus waar wij onderdeel van waren. Strikt genomen zijn niet al onze eigendommen vernietigd, maar ik zou zeggen dat het meer een deel van onszelf is dat is weggevaagd. Mijn werken zijn een soort disfunctionele of versterkte Proustiaanse madeleines. Ze projecteren je in het verleden — niet mijn verleden, maar het verleden van ieder op zich, of zelfs een ingebeeld verleden. Maar tegelijkertijd projecteren ze het voorwerp in een grotere toekomst. Daarmee worden ze “legendarisch”, of scheppen ze een gunstig en welkom klimaat voor de persoonlijke legende van elke bezoeker.

Foto: Gert Jan van Rooij
Charbel

Ik ben geïnteresseerd in wat ik ‘abstractie met een lading’ noem: een abstractie die niet het gevolg is van de energie van kleuren en ritmes van de compositie op zich, maar die wordt gedefinieerd door de onzichtbare lading die het heeft gehad, zoals een materiaal dat is verwarmd, of een mens die een lading emoties heeft na een ervaring. Deze onzichtbare lading is een belangrijk onderdeel van mijn werk. Dat is hoe ik mijn installaties, sculpturen en performances vormgeef: ik neem een materiaal, bijvoorbeeld de zon, een video, marmer, de nacht of een schoen, en ik laad het op met een unieke ervaring. Deze ervaring kan intiem zijn of universeel. Dat zie je in mijn vroege werk Spring; formeel gezien kan het tot vroege abstractie worden gerekend, maar eigenlijk is het een papier dat is opgeladen aan de lentezon, aan alle zonnen die de lente heeft gezien. Het is een abstractie van een seizoen. In Geography and Abstraction zien we een abstracte heuvelachtige golfvorm: een tapijt. Maar dit nieuwe landschap is een portret van een man, een portret van een instituut, en deze man is de directeur en curator van het instituut. Zijn lichaam wordt hier weergegeven door drie betonnen buizen onder het tapijt, die plooien en een nieuw landschap maken waar de bezoeker op loopt of ligt. Het intieme lichaam wordt hier een conceptuele sokkel waarop de bezoeker kan lopen. Het intieme is verweven met iets dat meer gekoppeld is aan de werking en vertegenwoordiging van een instituut. Die telescopische blik op schaal en verhalen is typisch voor mijn werk. Het intieme maakt kennis met het universele, en vice versa.

Foto: Gert Jan van Rooij

Gerelateerde tentoonstelling

De duo-tentoonstelling Intimate Geographies van Charbel-joseph H. Boutros en Stéphanie Saadé is te zien van 6 mrt t/m 15 aug 2021.

Intimate Geographies
Foto: Gert Jan van Rooij